Recente Projecten
Jan Asselijn (1610-1652) en de Italianiserende landschapsschilderkunst: een opdracht tot bemiddeling
woensdag 7 sep 2011
De Hollandse 17e-eeuwse Italianiserende landschapsschilderkunst heeft zich nooit kunnen verheugen in een grote populariteit. Cornelis Hofstede de Groot (1863-1930), de grondlegger van de systematische beschrijving van de Hollandse 17e-eeuwse schilderkunst, vond het eigenlijk geen echte Hollandse kunst. Hollandse schilderkunst, zo vond hij, moest over Holland gaan: de weidse natte landschappen met zware wolkenluchten; de steden met hun rijke gevels. Nee, met die Italianisanten had hij niets. Hij vond die schilderijen gekunsteld. Dankzij de inspanningen van onder anderen Albert Blankert - hij organiseerde in 1965 in Utrecht de eerste grote tentoonstelling op dit gebied - is de mening van Hofstede de Groot intussen gelukkig aanzienlijk bijgesteld en hebben de Italianisanten hun plaats gekregen in de zogenaamde ‘canon'. Jan Asselijn is een van de belangrijkste vertegenwoordigers van die zogenaamde ‘Italianisanten’. Hij verbleef van 1635 tot 1644 in Rome, waar hij de bijnaam Crabbetje kreeg, en heeft een klein maar belangrijk oeuvre nagelaten. Zijn invloed op Nicolaes Berchem in Haarlem is aanzienlijk geweest.
Het schilderij dat ik in het voorjaar van 2010 als onderdeel van een nalatenschap te zien kreeg, is een prachtig voorbeeld van het werk van deze schilder. De samenstelster van de oeuvrecatalogus, Charlotte Steland-Stief, die het werk nooit in het origineel had gezien, kwam het hier tijdens het grote Historians of Netherlandish Art symposium in Amsterdam in mei 2010 bekijken en bevestigde dat het omstreeks 1648 geschilderd moet zijn. Asselijn was toen alweer terug in Amsterdam. Zij legde uit dat dit het eerste schilderij in het oeuvre is waar de schilder ons een blik gunt in de weidse verte. Daarvoor was hij vooral geïnteresseerd in donker/licht tegenstellingen, zoals in grotten. Maar hier opent de Romeinse campagna zich opeens in zijn overdonderende helderheid voor ons. Alles baadt in het licht van een laagstaande zon. Toch bleek bij de restauratie dat alles wat we tot dan toen hadden gezien, gemanipuleerd was. De twee hierbijgaande afbeeldingen bevestigen dat.

Ergens in de 19e eeuw moet men gemeend hebben dat het schilderij er warmer uit moest zien overeenkomstig ‘ons’ beeld van het Italiaanse licht. Men gaf het schilderij dus een getinte vernis mee om het ‘romantischer’ te maken, terwijl Asselijn een veel koeler licht had bedoeld. Heel veel schilderijen zijn in de loop der tijden op die manier behandeld, om ze aan te passen aan onze eigen noordelijke visie op het Italianiserend licht. Het was dus fascinerend om een totaal ander stuk opeens te zien; mooier vooral.

Een volgende kwestie van aandacht was de herkomst, want Charlotte Steland-Stief had in haar boek gesuggereerd dat de geschiedenis van het schilderij zou teruggaan naar Willem Lormier (1682-1758), maar zij had hier geen verder onderzoek naar gedaan. Lormier was een Haagse 'solliciteur militair’, een soort bankier die tegen rente geld van particulieren beheerde, om daarmee legers te financieren en oorlogen te voeren als dat nodig was. Daarnaast verzamelde hij schilderijen, die tevens te koop werden aangeboden.
In 1752 liet hij een catalogus opstellen van de 376 schilderijen die toen in zijn bezit waren. Twee exemplaren van die catalogus, voorzien van Lormiers aantekeningen, bevinden zich tegenwoordig in de archieven van het RKD (www.rkd.nl). Op basis hiervan heeft Everhard Korthals Altes Lormiers collectie proberen te reconstrueren (Simiolus 2000/2001, www.simiolus.nl). Het schilderij door Asselijn noemt Korthals Altes in zijn reconstructie helaas niet, maar bij navraag bevestigde hij dat het werk heel goed identiek kan zijn met nummer 64 “Castelle, brugge, beelden etc.” omdat de afmetingen vrijwel exact overeenkomen. Lormier verkocht het schilderij waarschijnlijk aan de verzamelaar Winkler in Leipzig, die het in 1798 samen met de rest van zijn verzameling liet veilen. Daarna is het schilderij meer dan een eeuw onzichtbaar, om pas in 1904 bij Frederik Muller in Amsterdam op te duiken, waar het wordt gekocht door de overgrootvader van de familie met wie ik te maken had.
Het bovenstaande bewijst hoeveel werk er te doen is als schilderijen na een lang verblijf in een familie weer tevoorschijn komen. Conditie, plaats in het oeuvre, herkomstgeschiedenis. Alles heeft zo zijn aandacht nodig, om het gehele verhaal aan de markt te kunnen vertellen. En in de markt gaat het nou net om dat verhaal.
Nicolaes Molenaer en de verdwenen cultuur van de kleine meesters
7 sep 2011
Nicolaes Jansz. Molenaer (1628/9-1676), rivierlandschap, gesigneerd rechtsonder KMolenaer, olie op paneel, 39,7 x 55 cm
Lees meerHet verhaal van een Goudstikker herkomst, zonder verdere gevolgen
7 sep 2011
Thomas Jansz. van Veenendael (ca 1628-na 1673), portret van een man in Japansche rok, waarschijnlijk Willem van Hoorn, olie op doek, 89 x 71,5 cm
Lees meerHet verhaal van een zoektocht naar stukken uit dezelfde puzzel: Jan Baegert (Wesel ca 1465-ca 1527) en het gefragmenteerde altaarstuk van de Kruisiging
7 jan 2011
Onderzoek en restauratie van een kopie naar Rubens
26 okt 2010
Saters en nimfen in een boslandschap, olie op doek, 155,2 x 183,1 cm
Lees meer
